Taal bepaalt wat we zien, denken en doen

Marco te Brömmelstroet, hoogleraar Urban Mobility Futures op de UvA, sprak tijdens de tweede masterclass van de Veilige Beweegvriendelijke Schoolomgeving over taal. Je leest hier zijn hele key-note.

Taal vormt niet de spiegel van de werkelijkheid. Het is geen objectief middel om de realiteit te beschrijven, maar een middel waarmee we de werkelijkheid bepalen. De taal, de woorden die je gebruikt als organisatie, bepalen sterk wat je wel en niet ziet en welke acties je onderneemt als onderdeel van die organisatie. De taal die je spreekt bepaalt welke oplossingen je bedenkt en hoe je die vormgeeft. We hebben dus zelf een grote verantwoordelijkheid. Maak vanaf nu andere keuzes in hoe je over de straat praat. Het is een plek die veilig moet zijn voor kinderen. Leer het verkeer, de bestuurders, om veilig om te gaan met onze kinderen in plaats van andersom.

Download hier de slides die bij Marco zijn presentatie horen.

Drie taalelementen spelen een rol

  1. Taal versimpelt de werkelijkheid, daardoor gaan we dat zien alsof het waar is. Vb: ‘tijd is geld’.
  2. Als je iets versimpelt, maak je keuzes en ga je hele andere dingen zien.
    Vb: ‘het hert steekt de weg over’ tegenover ‘de weg loopt door het leefgebied van dit hert’.
  3. Met de taal die je spreekt, vorm je de werkelijkheid, kun je beleid gaan maken, iets beheren. Vb: oerbos dat je productiebos noemt, verandert het bos in een bos vol standaardbomen, bos is anders geworden, alle andere oorspronkelijke doelen zoals beschutting, leefgebied dieren enz. verdwijnen daarmee.

Van oerstraat-speelstraat naar productiestraat-gevaarlijke speelplek

‘De oerstraat was van niemand. Straten waren de overgebleven ruimte tussen de gebouwen. Er wordt gehandeld, kinderen spelen overal, volwassenen gebruiken het om elkaar te ontmoeten en om van A naar B te komen. Millennia lang ging dit zo, omdat de straat niet beheerd werd.

Sinds 1920 van de vorige eeuw rolt de auto massaal van de lopende band. Zonder verkeersregels volgt een bloedbad. Met onze taal van rechtvaardigheid vonden we het volstrekt onrechtvaardig om kinderen de schuld van al die ongelukken te geven. De straat was van hen, de auto kwam er zomaar bij en doodde kinderen. Was iedereen het erover eens.

Maar vervolgens bedachten we tussen 1920 en 1930 een volledig nieuwe taal. De taal veranderde: kinderen moesten links en rechts kijken bij het oversteken want je wil toch dat ze heelhuids thuiskomen. Daardoor verschoof ook de verantwoordelijkheid naar de voetganger. De nieuwe taal gaf onze huidige wereld vorm. De oerstad met haar oerstraten moest een productiestad worden.

Een nieuw domein ontstond: verkeerskunde. En de bijbehorende nieuwe taal bedachten de waterbouwkundigen die al in hoog aanzien stonden dankzij de aanleg van riolen en stromend water. Denk aan woorden als doorstroming, waterbedeffect. Zij bedachten brede wegen die, net als rioolbuizen, breed genoeg zijn om sporadische pieken op te vangen. Zitten we nu nog steeds mee opgescheept. Metaforen uit de biologie geleend: iedere stad heeft nu een stadshart, daar moeten verkeers(slag)aders naartoe, verstopping, verkeersinfarct, niet dichtslibben.

In de jaren zeventig voegden we daar de taal van de economie aan toe. De mens als calculerende egoïst, homo economicus in het verkeerssysteem. Onderweg zijn is disnut. Reistijdwinst is het belangrijkste doel waar we 8 miljard per jaar in steken. Al onze wegen zijn gebouwd voor reistijdwinst maar na 70 jaar investeren is er 0 seconden reistijdwinst geboekt. We reizen in evenveel reistijd steeds verder, onder andere door het klusteren van voorzieningen. Nu moet je bv. per auto dezelfde tijd reizen als vroeger per fiets of te voet naar een bank om de hoek. En dat put alles uit: onszelf, onze middelen, materialen, ruimte en maatschappij. We moeten terug naar nabijheid. We moeten terug naar een rechtvaardige straat in plaats van reistijdwinst.

Transitie? Verander de taal!

Als je verandering wil, moet je de onderliggende taal ter discussie stellen. Die is bedacht door iemand dus kunnen we die ook weer veranderen. Met elkaar het systeem zelf bevragen, ter discussie stellen. Taal bepaalt hoe je zelf erover denkt en het erover hebt. Verander je taal en je gedachten. Geen verkeerskunde maar verblijfskunde. Niet autoluw, maar fietsvriendelijk. Niet Amsterdam Autoluw, maar Amsterdam Maakt Ruimte.

Zie ook Ted lecture: ‘How language shapes the way we think’ Lera Borodtsky
https://www.youtube.com/watch?v=RKK7wGAYP6k

Begin in elke schoolomgeving niet vanuit de invalshoek verkeer maar vanuit de andere dimensies. Zoals groen, kwaliteit van de openbare ruimte, fysieke en mentale gezondheid van de kinderen. Check alle beleidsdocumenten op de haakjes met andere domeinen. Dat kinderen tegenwoordig mee botbreuken oplopen door lagere botdichtheid, hangt bv samen met inrichting openbare ruimte.

Experimenteer!

Een succesvol experiment is goed als het zowel haalbaar is als radicaal is, gekoppeld is aan een concrete uitdaging, leidt tot strategisch leren voor alle betrokkenen en  communicatief is.

Begin gewoon. Probeer, ga aan de slag en laat je niet tegenhouden door angst. Doe het op een manier die tijdelijk is en je kunt terugdraaien. Leer ervan. Er is niemand tegen de veiligheid van kinderen. Er zijn altijd wel mensen tegen een plan. Maar die grote weerstand die je verwacht, is er bijna nooit en zit vooral in je hoofd. We denken dat omdat we alleen maar praten met de mensen die iets niet willen. Maar de grote meerderheid laat zich normaal niet horen. Focus op ouders die wel komen fietsen, maak er een feestje van. Focus je niet op de boze minderheid met auto.

Voorbeelden

Voorbeeld: Bicibus in Barcelona
Ouders gingen zelf aan de slag: vaste routes. Begonnen met 4 kinderen, nu wil 95% ook meefietsen met de bicibus.

Voorbeeld Amsterdam: maak van de hele weg een tijdelijk zebrapad

Voorbeeld Ede: zet tijdelijk een picnicktafel op een parkeerplek
Greenwheels auto omgevormd tot picnicktafel, is te huur om het gesprek op gang te brengen (want een gewone picnicktafel mocht niet).

Voorbeeld: ‘De plofkindnorm’
Marco verdiept zich in de ontwerpen voor de nieuwe basisschool in zijn Edese nieuwbouwwijk en komt tot de deprimerende conclusie dat er maar 3mbuitenruimte per kind ingetekend staat. Dit voldoet dan wel aan de norm, maar toch knaagt het: ‘In Nederland moet een vrije uitloopkip minimaal 4 m2 buitenruimte hebben. Die kippen hebben dus meer ruimte dan onze kinderen op school!’ Op het ontwerp staat echter wél een kiss & ride zone ingetekend van maar liefst 1100m2.

Marco ziet zijn kans schoon en spreekt de directeur aan. Die beaamt meteen: ‘dit past niet bij onze idealen, kan dat niet anders?’ Marco zet andere taal en andere argumenten in om het ontwerp te veranderen. ‘Er moest een draagvlakmeting onder ouders komen dus dat deed ik. Ik had het daarin niet over de auto verbieden of afschaffing van de kiss & ride zone. Wel over de gezondheid, zelfstandigheid en veiligheid van de kinderen. Je moet zoeken naar wat mensen echt aangrijpt en raakt en daarop inspelen met je taal. Ook vroeg ik de kinderen zelf wat ze willen: die willen echt geen kiss & ride plek. Die willen een groter schoolplein met verstopplekken.’ Het kostte wat moeite maar het resultaat is er naar: ‘De verdubbeling van het schoolplein is gelukt! Er is niemand die nu nog een kiss and ride wil.’

Ander gedrag begint met niet faciliteren van de auto

Veranderen van gedrag begint met niet aanleggen van parkeerplekken, niet de mogelijkheid bieden om dichtbij te parkeren, niet zoveel gratis parkeerplekken aanbieden, niet een kiss and ride zone faciliteren. In een nieuwe wijk kun je dat veel makkelijker want daar heb je nog geen bestaand gedrag. Ga oefenen met weghalen. Stimuleer de auto niet. Praat over wat je echt wil, wat mensen echt willen. Sta voor de rechten van het kind. Mensen passen hun gedrag echt wel aan. Kijk naar roken in restaurants.