Samenwerken aan een veilige, beweegvriendelijke schoolomgeving

Terugblik op de eerste sessie van de Masterclass Beweegvriendelijke Veilige Schoolomgeving op 13 mei 2025 in Utrecht

Na de introductie begon de key-note met een scherpe analyse van Dave van Kann, lector Fontys Hogeschool, over de groeiende bewegingsarmoede onder kinderen. Oorzaken liggen diep verankerd in onze leefomgeving:

  • De openbare ruimte is steeds minder ingericht op spelen en zelfstandig bewegen.
  • In veel wijken zijn kinderen hun bewegingsvrijheid kwijtgeraakt door verkeersdrukte, parkeerruimte en een inrichting gericht op auto’s.
  • Kinderen die opgroeien zonder tuin, en niet gewend zijn aan buitenspelen, ontwikkelen vaker motorische achterstanden.

Bewegingsarmoede bij kinderen is geen natuurlijk gevolg van technologische vooruitgang of veranderende voorkeuren. Het is een direct gevolg van keuzes die we als samenleving maken over hoe we onze leefomgeving inrichten. Ruimtes waar vroeger werd gespeeld, zijn nu parkeerplekken. Waar kinderen ooit vrij konden struinen, dwingen auto’s hen nu constant aan de kant.

“De inrichting van onze openbare ruimte zendt een boodschap uit: deze plek is niet voor jou.”

Dave van Kann (lector Fontys Hogeschool)

Van Kann laat zien dat het reguliere onderwijssysteem kinderen conditioneert om vooral stil te zitten en zich langdurig te concentreren. Dat heeft gevolgen: kinderen leren onvoldoende hoe ze hun lichaam op een gezonde manier kunnen gebruiken, met motorische achterstanden als gevolg. De straat, het schoolplein, de route naar school, allemaal kansen die we nu onvoldoende benutten om beweging vanzelfsprekend te maken.

Tegelijkertijd ontbreekt het aan urgentie. Want een kind dat vandaag te weinig beweegt, heeft daar morgen nog geen last van. De schade manifesteert zich pas later, in verminderde weerbaarheid, slechtere gezondheid en verminderde participatie. Daardoor wordt bewegen nergens topprioriteit en valt het “tussen wal en schip”. “We vinden het allemaal belangrijk, maar nergens staat het bovenaan.”

Om dit patroon te doorbreken moeten we bewegen integreren in andere prioriteiten: gezondheid, kansengelijkheid, veiligheid en leefbaarheid. De openbare ruimte moet kinderen uitnodigen om te spelen, bewegen en zich vrij te voelen. Als basis.

Eye-opener: Kinderen hebben 60 minuten beweging per dag nodig. Dat zit grotendeels in de route naar school, maar die potentie benutten we amper. De urgentie is hoog, maar niet zichtbaar. Omdat de schade, fysieke, sociale én mentale, pas later zichtbaar wordt.

Handvatten van Dave van Kann:

  • Richt je niet alleen op formele sport, maar juist op informele beweging via schoolroutes en speelplekken.
  • Zie gedragsverandering als proces: mensen handelen vaak op routine, niet op bewust gedrag.
  • Gebruik ‘verandermomenten’ (zoals schoolkeuze, verhuizing) om gedrag structureel te beïnvloeden.
  • Denk vanuit kansen in het dagelijks leven, niet alleen losse interventies.
Dianne Scholte (Kenniscentrum Sport & Bewegen)

Samen werken aan beweegvriendelijke omgevingen

Dianne Scholte, Kenniscentrum Sport & Bewegen, benadrukte het belang van een integrale benadering. Ze introduceerde het Human Capital Model en de 3 kernprincipes voor beweegvriendelijke omgevingen. Dan is er balans nodig tussen:

Hardware, de fysieke omgeving
Software, het gedrag en de cultuur
Orgware, de organisatie en samenwerking

Wat is er nodig is om van een schoolomgeving een écht beweegvriendelijke plek te maken. Vanuit het Human Capital-model legde ze uit dat sport en bewegen niet alleen fysieke voordelen opleveren, maar ook bijdragen aan cognitieve ontwikkeling, sociaal-emotionele vaardigheden en levensvaardigheden zoals zelfvertrouwen, empathie en veerkracht.

“Bewegen draagt bij aan álles wat we belangrijk vinden voor kinderen, dus moeten we ook zorgen dat de omgeving dit faciliteert.”

De feiten:

  • Volgens cijfers van het Mulier Instituut (2022) gaat ongeveer de helft van de kinderen nooit lopend of fietsend naar school.
    • Redenen: afstand en verkeersveiligheid (Tour de Force, 2019).
  • Nieuws over schoolomgeving richt zich nog vaak op klassieke ingrepen: kiss & ride-zones, verkeersdrempels, of parkeervakken. Dat helpt, maar is niet genoeg.

Tips uit de presentatie:

  • Begin met een contextanalyse: wie woont er, wat zijn de gewoonten, hoe beweegt men zich nu?
  • Zorg voor een lange adem: gedrag en omgeving veranderen niet van de ene op de andere dag.
  • Richt je op co-creatie met ouders én kinderen.
  • Maak verbinding met beleid: bewegen is ook een kans voor gezondheid, onderwijs, duurzaamheid en sociale cohesie.

Schoolstraten en schoolzones zijn niet hetzelfde, vertelde Brechtje Walburgh Schmidt. Een schoolstraat is fysiek afgesloten voor gemotoriseerd verkeer tijdens breng- en haalmomenten; een schoolzone is een digitale aanduiding in verkeerssystemen. In de praktijk blijkt een schoolstraat vaak lastig te realiseren. “In Nederland zijn infrastructuur, wetgeving en aansprakelijkheid grote belemmeringen voor een schoolstraat.”

Waarom het moeilijk is:

  • In tegenstelling tot België, heeft Nederland geen duidelijke wetgeving die schoolstraten mogelijk maakt.
  • Een afsluiting vereist inzet van verkeersregelaars of fysieke maatregelen zoals paaltjes, wat kostbaar en administratief belastend is.
  • Gemeenten verschillen sterk in aanpak. In sommige steden, zoals Den Haag, is gestopt met schoolstraten vanwege veel bezwaren van omwonenden.

Haar oproep:

  • Gebruik schoolzones als laagdrempelig alternatief: een digitale zone invoeren is eenvoudiger en kan gedragsverandering ondersteunen.
Petra Kühr (JOGG)

Praktijk in beeld. Hoe werkt het lokaal?

In het panelgesprek met Petra Kühr (JOGG), Nander Zuidema (Sport Utrecht, gemeente Utrecht) en Marjolijn Renne (Beheerder verkeer, gemeente Arnhem) kwamen drie praktijkervaringen samen. 

Nander Zuidema: Hij benadrukte hoe belangrijk het is dat je werkt met de energie die er is. Focus op die éne school of oudergroep die iets wil, en bouw daar een voorbeeld op. Kleine successen geven legitimiteit om op te schalen.

Marjolijn Renne: Besprak hoe wetgeving soms in de weg zit, maar dat je met volharding en lokale creativiteit toch dingen voor elkaar krijgt. Zoals het inrichten van schoolstraten, of tijdelijke verkeersmaatregelen.

Petra Kühr: Benadrukte hoe de JOGG-aanpak helpt om beweging in te passen binnen bredere doelen zoals gezonde jeugd, leefbaarheid en duurzaamheid. Ze wees op de kracht van integraal werken met meerdere domeinen (onderwijs, mobiliteit, sport).

Effectieve programma’s en uitdagingen

  • In Arnhem wordt gewerkt met programma’s als High-Five en de Skills Box, gericht op belonen en motiveren van kinderen. De effectiviteit is bewezen, maar de impact ebt weg als scholen niet goed worden meegenomen.
  • Motivatie van ouders werkt het best via hun kinderen: als leerlingen enthousiast zijn, volgt vaak de rest.
  • High-Five wordt om de paar jaar herhaald om effect vast te houden.

Utrecht: van urgentie naar uitvoering

  • Met 105 basisscholen is Utrecht groot. Zoek gericht: waar liggen problemen, hoeveel kinderen fietsen of lopen al, waar is de behoefte het grootst?
  • Starten bij gemotiveerde scholen werkt het best: “Begin klein en deel successen.”
  • Ouders betrekken is cruciaal: bied ze alternatieven aan (zoals een fietsplan), neem praktische belemmeringen weg.

Wat werkt?

  • Breng routes in kaart, identificeer veilige en onveilige wegen.
  • Zorg dat één contactpersoon de schakel vormt tussen school en gemeente.
  • Werk domeinoverstijgend: betrek sport, mobiliteit, verkeer én onderwijs.
  • Sluit aan bij bestaande routines: bewegen zit al in de dag via actieve verplaatsing, speelpleinen, tussendoorroutes.
Brechtje Walburgh-Schmidt (projectleider Fietsersbond)

Zelf aan de slag. Wie heb jij nodig?

Tijdens het actieve werkdeel gingen deelnemers aan de slag met de stakeholder-inventarisatie. Wie is er allemaal betrokken bij de schoolomgeving? Wat is hun rol, belang, invloed?

Oefeningstips:

  • Benoem stakeholders per thema (onderwijs, verkeer, ouders, ruimtelijke ordening, sport, gezondheid, etc.)
  • Breng in kaart wie al betrokken is en ook wie ontbreekt.
  • Kijk ook naar minder zichtbare partijen zoals kinderopvang, BSO, lokale sportverenigingen.
  • Denk aan ‘andere brillen’: hoe kijkt een ouder, leerkracht, beleidsmedewerker, kind?

Gebruik het stakeholdercanvas of de mappingtool uit de presentatie voor je eigen project of gemeente.

Take-aways & vervolgstappen

  • Beweging is structureel verweven met gezondheid, kansengelijkheid, zelfvertrouwen en leefbaarheid. Maar het verdwijnt te vaak in hokjes.
  • Kijk niet alleen naar onderwijs of verkeer. Integreer thema’s en werk aan gedeeld eigenaarschap.
  • Kinderen moeten gezien en gehoord worden. Niet als doelgroep, maar als partners.
  • De route naar school is dé plek waar preventie, educatie en inclusie samenkomen.
  • Er is draagvlak. Ouders willen veilige routes, scholen willen betrokkenheid, gemeenten zoeken verbinding. Maak daar gebruik van.
Deelnemers Masterclass sessie 1 | 13-05-2025